Vrijstelling van de compensatieplicht bij ontbossing

Woensdag 7 juli 2010


In de plenaire zitting woensdagvoormiddag werd een voorstel van decreet voorgelegd van de heer Marino Keulen, de dames Gwenny De Vroe, Mercedes Van Volcem en Vera Van der Borght en de heer Peter Gysbrechts houdende wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de vrijstelling van de compensatieplicht bij ontbossing betreft.

Mercedes Van Volcem kwam tussen en licht het voorstel toe. Op donderdag 8 juli volgt de stemming over het ontwerp van decreet.


Mevrouw Mercedes Van Volcem:

Voorzitter, minister, collega’s, vorig jaar keurde dit Vlaams Parlement een omvangrijk wijzigingsdecreet op de ruimtelijke ordening goed. Sindsdien is deze wetgeving tot de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening herdoopt. Na iets meer dan een jaar dus spreken we ons vandaag uit over een nieuwe batterij wijzigingen en aanvullingen.

Het moet gezegd: bepaalde wijzigingen en aanvullingen zijn te verdedigen. Perfectie is niet van deze wereld, bijgevolg zijn aanpassingen van decreten nooit uit te sluiten. Zo ook wat betreft de huidige vorm van de nog jonge Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Bovendien was het ook zo dat cruciale actoren uit het veld zoals steden en gemeenten de decreetgever enkele suggesties ter zake deden. Om die redenen kunnen bepaalde voorgestelde aanpassingen als legitiem worden beschouwd.

Toch is onze fractie van oordeel dat sommige aanpassingen zoals opgenomen in het voorstel van decreet onnodig, dan wel ontoereikend zijn, terwijl andere aanpassingen, die even nodig zijn, niet worden opgenomen in het wijzigingsdecreet. Ik overloop samen met u onze voornaamste opmerkingen bij het voorstel van decreet, zoals we ze ook in amendementvorm tijdens de werkzaamheden in commissie hebben ingediend.

Zo gaan wij totaal niet akkoord met het verlengen van de termijn voor de uitoefening van het voorkooprecht van 8 tot 15 jaar. Dat betekent zelfs een verdrievoudiging ten opzichte van de initiële termijn van 5 jaar, zoals ingeschreven in het oorspronkelijke decreet van 18 mei 1999. Met de Vlaamse codex van vorig jaar was een aanvaardbaar compromis van 8 jaar tot stand gekomen. Een bijkomende verlenging van de voorkooptermijn zal eerder een rem zetten op valabele private investeringsprojecten en zal overheden aanzetten tot een afwachtende houding. Het kan niet de bedoeling zijn om een ontwikkelaar 15 jaar te laten wachten vooraleer hij rechtszekerheid krijgt over de realisatie van zijn project. Om die reden kunnen wij deze verlenging tot 15 jaar niet steunen.

Onze fractie is ook voorstander van de invoering van de figuur van het Projectuitvoeringsbesluit voor grootschalige stedenbouwkundige projecten, naar het model van de Nederlandse Crisis- en Herstelwet. De Nederlandse figuur van het Projectuitvoeringsbesluit betreft een voor de bouwpraktijk belangrijke regeling voor projecten met meer dan 12 woningen. Voor de concrete toelichting verwijs ik naar de hoorzitting omdat het mij vandaag te ver zou leiden.

Collega’s, in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd de mogelijkheid gecreëerd om in alle plannen van aanleg van de typevoorschriften die gelden voor de daarmee overeenstemmende categorieën van gebiedsaanduiding af te wijken. Het gaat om het artikel 4.4.9. Dit wordt aangepast en wij betreuren dit. In de beleidsnota van de minister van Ruimtelijke Ordening wordt vooral beklemtoond dat ruimtelijke ordening niet statisch maar dynamisch moet zijn. De aanpassing van dit artikel vinden wij een enorme belemmering voor de dynamiek in de planning.

Zo wordt bijvoorbeeld een oplossing geboden voor de inplanting van windturbines in een agrarisch gebied, aangewezen op een plan van aanleg. Normaliter is dergelijke inplanting niet mogelijk, doch er kan toepassing worden gemaakt van typevoorschriften voor de landbouwgebieden. Onder bepaalde voorwaarden kan men toch groene energie in landbouwgebieden toelaten.

Het voorstel van decreet beperkt deze concordantie mogelijkheid nu tot gewestplannen. In BPA’s zou deze waardevolle mogelijkheid niet meer gelden, waardoor de lokale besturen een interessant instrument voor de inplanting van infrastructuren verliezen. Om die reden staan wij dan ook niet achter deze bepaling in het voorstel van decreet.

De Open Vld-fractie is er ook voorstander van dat de deputatie bij het behandelen van een beroep over dezelfde beoordelings- en afwijkingsmogelijkheden beschikt als het college van burgemeester en schepenen en zo het nodige kan doen om de in eerste aanleg begane formele onvolkomenheden recht te zetten. Dit is een gemiste kans. Zo zou de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening verduidelijken dat de deputatie het nodige kan doen om formaliteiten die in eerste aanleg zouden zijn miskend, zoals het opvragen van bepaalde adviezen of het organiseren van een openbaar onderzoek, recht te zetten. Door dit niet in het wijzigingsdecreet te voorzien, mist dit parlement de kans om de procedures te vereenvoudigen en de rechtszekerheid te vergroten.

Een ander probleem heeft betrekking op de gevolgen van het juridische statuut in de ruimtelijke ordening op juridische verplichtingen uit andere beleidsdomeinen, zoals de milieuvergunning. Onze fractie is er voorstander van om bedrijven wier basisuitrusting vergund geacht is de mogelijkheid te geven een milieuvergunning te krijgen voor elke constructie op de bedrijfssite. Dit zou voor veel bedrijven een oplossing kunnen betekenen. Ook hier stond onze fractie alleen.

Collega’s, onze fractie wou ook een andere onduidelijkheid uit de wereld helpen: de onduidelijkheid met betrekking tot werken aan constructies waarbij de bouwovertreding verjaard is. In de codex werd vorig jaar ingeschreven dat constructies die aangetast zijn door een misdrijf, doch waarbij ofwel de door de rechter bevolen bouw- of aanpassingswerken zijn uitgevoerd ofwel de door de rechter bevolen meerwaardevergoeding is betaald ofwel de in een minnelijke schikking vastgestelde plichten zijn uitgevoerd, door de overheid moeten worden gedoogd. Die gedoogregeling werd door de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening expliciet uitgebreid naar gevallen waarin de overtreder zich volledig heeft gedragen naar de verplichtingen die door een minnelijke schikking worden vastgelegd. De constructies die met toepassing van het voorgaande gedoogd worden, zijn weliswaar geen vergunde constructies, ook al is het in principe mogelijk om een regularisatievergunning aan te vragen.

Minder duidelijk is echter het lot van constructies die getroffen zijn door een stedenbouwkundige inbreuk die wegens de verjaring ervan geen voorwerp meer kan uitmaken van een herstelvordering van overheidswege. Dergelijke constructies worden ook noodzakelijkerwijs gedoogd maar vallen niet onder het voorgaande aangezien geen sprake is van krachtens een herstelvonnis of een minnelijke schikking uitgevoerde werken of van betaalde meerwaardesommen. Om deze belangrijke leemte op te vullen, hadden wij voorgesteld dat onderhoudswerken aan verjaarde constructies geen stedenbouwkundig misdrijf uitmaken. Het gaat daarbij enkel om onderhoudswerken, wat volledig strookt met de filosofie van de codex. Jammer genoeg is de meerderheid hiervoor niet te vinden.

Beste collega’s, ten slotte stellen wij ook voor om een crisismaatregel in te voeren. Deze maatregel bestaat erin dat vergunningen gedurende een periode van 3 jaar niet door middel van een administratief beroep bij de deputatie kunnen worden bestreden door de stedenbouwkundige ambtenaar en de adviserende instanties als zij tijdig hun advies hebben afgeleverd tijdens de procedure in eerste aanleg. Dit zou niet gelden voor het beroep dat louter gegrond is op stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften. Deze crisismaatregel heeft tot doel procedures te versnellen en bouwprojecten te realiseren, waardoor het economisch weefsel opnieuw kan worden versterkt. In het huidige economische klimaat geen slecht idee, me dunkt. Maar ook hier dacht de meerderheid er anders over.

Collega’s, om af te ronden wil ik namens onze fractie stellen dat we met dit voorstel van decreet meer konden doen. De voorstellen, bijvoorbeeld, die door onze fractie in amendementvorm werden gedaan, zijn niet bepaald van een dergelijke verregaande aard dat ze met ideologische principes botsen. Integendeel, enkele van onze voorstellen zouden belangrijke problemen die vandaag nog bestaan, uit de wereld kunnen helpen. Met andere woorden, de meerderheid had onze voorstellen evengoed kunnen steunen.

Daarnaast konden we belangrijke maatregelen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening inschrijven ter bestrijding van de economische crisis. Elke maatregel ter ondersteuning en ter versterking van onze economie, hoe bescheiden ook, heeft zijn belang. Zo ook in het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening. Jammer genoeg zien de meerderheidsfracties dit niet in. Onze fractie zal zich dan ook onthouden bij de stemming over het voorstel van decreet.

 copyright Mercedes Van Volcem

You are viewing the text version of this site.

To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.

Need help? check the requirements page.

Get Flash Player